woensdag 3 augustus 2022

3 dagen op rugzaktrekking met 2 kleuters


Het is niet de eerste keer dat we een trekking met onze kids deden, maar wél de eerste keer dat ook Juul (4 jaar) 3 dagen zelf moest wandelen. De vorige vakanties hadden we een ezel of nonkel Jerry bij, om ons kampeermateriaal te helpen dragen, zodat Juul in de draagrugzak kon bij Joris. Maar nu dus niet.

We maakten een 3-daagse rugzaktrekking in Helvetinjarvi, een National Park in Finland dat letterlijk betekent 'NP van de hel'. Maar dat wisten we toen nog niet. Op dag 1 maakte het NP zijn naam al waar.

Omdat Joris en ik alles van vier personen moesten dragen (vooral Joris dan), pakten we zoveel mogelijk 'lightweight' in.

Ja, ik ben eigenlijk wel een 'grammenjager,' zoals ze zeggen. Wanneer ik de laatste jaren iets nieuws nodig had van outdoorgerief, dan speurde ik het internet af naar het aller lichtste wat er te vinden was. Zo weegt mijn rugzak en slaapzak samen amper 1200gr. Op deze manier kan ik gemakkelijker blijven genieten van het avontuurlijke leven.

Dus, we namen gevriesdroogd eten mee, waar je enkel heet water bij giet en nadien gewoon uit het zakje eet. En behalve regenkledij, namen we voor de kinderen nog een reservebroekje en onderbroekje mee. En wij … wij moesten het stellen met één enkele onderbroek die we aan hadden en een extra thermisch T-shirt. Janne en Juul mochten 2 mini speelgoedjes uitkiezen. Hoewel ze met wat onderhandelen al van 2 naar 3, en van 3 naar 5 speeltjes gingen. Maar ze moesten ze wel zelf dragen, dat was de afspraak. Altijd een beetje moeilijk om je kind in zo'n afspraak te vertrouwen. Janne en Juul droegen ieders hun eigen regenjas en -broek, hun 5 speeltjes, buff & handschoenen, en een koek en een beetje water.


Dag 1 – 2,8km : Droonie kan niet zwemmen.


Gepakt en gezakt met één onderbroek, vertrokken we vol enthousiasme. Juul was super fier dat hij zelf een rugzakje droeg. Hij zag er ook wel echt heel schattig uit, hij zag er precies nog kleiner uit met zijn rugzakje aan.

2,8 km … je zou denken dat je daar niet moe van kan worden. Nee, geen fysieke vermoeidheid, maar het voelde wel alsof mijn energie leeggezogen werd. Ik merkte dat dit toch een vermoeiendere formule is dan de fietstrekking, omdat ze tijdens het fietsen ook vaak samen in hun fantasie zaten, wat voor ons als momenten van rust aanvoelde. Nu stonden de kids hun 'tetter' geen seconde stil, maar het lastigste was dat ze continue beroep deden op mij. “Mamaaaa, kijk, kijk wat ik kan!” “Mamaaaa, ik heb honger!”, “Mamaaa, ik ben moe”, “IK wil de eerste zijn, Janne is altijd eerst, dat is niet eerlijk!” gevolgd door geween. En met de beste overacting van een peuter met zijn armen hangend aan zijn lichaam “Mamaaaa, ik ben heeeeel moooeeee” , precies of hij had net een marathon gelopen bij manier van spreken, “Mamaaaa, ik wil drinken”, “Mamaaa, ik ga stoppen, ik ga nu op deze steen zitten”, “Mamaaaaa, mamaaaaaa, mamaaaaaa, ...” en zo maar door en door …

Pffff, in het begin kon ik dat nog goed opvangen, maar na 40 minuten was ik helemaal op en overprikkeld. Want daarbovenop kwam ook nog een Joris die 'de' perfecte foto wou nemen en daar natuurlijk niet slaagde volgens hem en dat hij daar ook niet de tijd voor kreeg. Ik had het gevoel dat ik geen meter vooruit geraakte, door ofwel de kinderen of door Joris en zijn foto's. Joris liep continu van voor naar achter met zijn fototoestel. Dat op zich ben ik al wel gewoon. Vooral de eerste dag wil hij altijd 'alles', maar dan ook alles op beeld vastleggen uit enthousiasme, maar daar komt meestal ook de nodige frustratie bij. “Zeg, ik kan nooit een goeie foto nemen zo, ik krijg de tijd niet om foto's te trekken.”, zei Joris gefrustreerd. “We hebben toch de tijd? We zijn er bijna, het is echt niet ver meer” … Ja, eigenlijk had hij wel gelijk, wist ik. Ik vond gewoon de rust niet meer in mezelf omdat ik overvraagd werd en dit vaak nog tegelijkertijd. En ik had ook het gevoel dat ik ervoor moest zorgen dat Juul goed bleef mee stappen, dat 'ik' hem moest motiveren zodat iedereen een fijne tijd tegemoet kon gaan. Maar uiteraard moest ik die taak niet op mij nemen. Nadien picknickten we op een mooie plek aan een meertje waar ik heel even alleen op een rots aan het water kon gaan liggen en even alles probeerde los te laten i.p.v. te controleren.


Het is hier wel een heel mooie omgeving met vooral dennenbossen en meren. Alleen is er naar ons gevoel spijtig genoeg te veel volk. Veel 'ééndagstoeristen' samen met te brede paden geeft ons niet echt het 'nature' gevoel dat je anders hebt bij een trekking.

Janne vroeg ook om haar eerste 'zakmes-skills' aan te leren. Ik voelde me eerlijk gezegd wel even een onverantwoorde ouder als ik Janne zag die best wel wat onhandig de schors van een takje probeerde af te snijden. Is dit pedagogisch onverantwoord? Dacht ik bij mezelf, wetende dat het merendeel van de Vlamingen hier bevestigend op zou antwoorden. Gewoon loslaten Wendy ...

Uiteindelijk kwamen we rond 15 uur aan op alweer een super mooie kampplek aan de rand van een ander meertje met een steigertje, kampvuurplek en droogtoilet. Aan idyllische plekjes zal het hier zeker niet mankeren.

Joris kreeg het lumineuze idee om een time-laps met Droonie (onze drone) te maken wanneer we de tent opzetten. Ja een kei leuk idee. “Er is nog 15 minuten batterij, dat is zeker voldoende voor de time-laps” zei Joris. “Daar van boven het meertje is het mooiste” en hij wees een plek aan boven het meer. Hij installeerde alles en we begonnen onze tent op te zetten. Na enkele minuten stond ze al recht en begonnen we ook al met de matjes op te blazen en in de tent te leggen. Ondertussen begint “droonie” te piepen. Dit is het signaal om te laten weten dat de batterij bijna op is. Joris neemt nog een paar laatste drone beelden, want hij heeft nog 5 minuten tijd, komt er op het display. Dan begint hij nog wat sneller en dwingender te piepen, droonie hangt nog steeds boven het water foto's te nemen. Ik zei “ Zou je droonie niet terug laten komen? Hij piept nogal dwingend.”


En dan zag Joris plots op het display verschijnen dat 'Droonie' een automatische noodlanding wil maken. Joris begint zenuwachtig te zoeken hoe hij die noodlanding kan annuleren, want hij hangt nog steeds op slechts 20m van ons boven het water. Dit is dus NIET de plek om te landen. “Ik krijg de noodlanding niet geannuleerd!” riep Joris terwijl hij op allerlei knopjes drukte om Droonie naar ons te laten vliegen. Maar Droonie reageerde niet meer op wat Joris deed … Ik wist ook niet meer wat te doen. Ondertussen bleef Droonie 'dwingend piepen' en valt hij voor onze ogen naar beneden!!! Ik riep hopeloos “Spring in het water!” en ik wou Joris zijn afstandsbediening overnemen. Maar te laat … Droonie viel recht voor onze ogen in het water! Joris roept het uit “AAAAAH … FUCK!!!!!!”, hij springt met al zijn kleding en bottinen in het donkere water om zo snel mogelijk naar Droonie te waden. Maar hij zakt vanaf de kant meteen zo diep in het water dat hij bijna kopje onder gaat. Hij schrikt zich rot dat het water direct zooo diep is en krabbelt uit eerste reflex terug naar de kant. Ik zie nog toch steeds zijn geschrokken uitdrukking op zijn gezicht voor mij. “Ik kan niet staan!” riep hij en kroop drijfnat uit het water.


Er kwam een golf van verdriet over ons heen. We voelden ons machteloos en stonden vol ongeloof te turen naar de plek waar Droonie in het water gevallen was. De kinderen voelden de hectiek en wanhoop natuurlijk ook aan. Janne kwam al wenend naar mij toe en zei “Droonie is in het het water!” Juul komt ook geschrokken naar me toe en zei “Is dat erg? Is dat erg?” In de hoop dat ik hem zou geruststellen en zeggen dat alles goed kwam.


Verdrietig en neergeslagen zei ik “Ja Juul … dat is erg! Droonie kan niet zwemmen, hij is kapot.” Omdat we de laatste tijd al veel hebben moeten slikken, benoem ik vaak verschillende gradaties van erg zijn, en zeg ik nog “Het is niet heeeeeeeeeeel erg, er zijn ergere dingen, maar toch is het wel erg.” Ze zijn er mee van aangedaan en ik hou ze vast in mijn armen. Ondertussen had Joris zijn natte schoenen en kleren uitgedaan en sprong hij nu in zijn onderbroek in het water, op zoek naar Droonie op de bodem van het meer. “Wendy, geef me aanwijzingen waar hij ongeveer geland is!” zei Joris al zwemmend. Na ongeveer 15 minuten aanwijzingen “een beetje meer naar links, nu ben je te ver, een meter naar rechts, ja daar, misschien toch wat meer links, ...” zei Joris dat hij het koud kreeg. Hij zag niets door het water, het was helemaal zwart en probeerde met zijn voeten de modderige bodem af te tasten. Af en toe haalde hij een tak boven, maar geen Droonie. “Ga jij eens zoeken, want ik krijg het echt koud.” zei hij. “Ja oké, maar waarom zoeken we hem nog? Hij is toch kapot, hij kan niet eens tegen regen?” vroeg ik. “Als we hem vinden kan ik het SD kaartje met alle vorige filmpjes nog recupereren.” antwoordde Joris. Eigenlijk had ik niet veel zin om in het koude water te gaan zoeken, maar wist dat ik het wel ging doen voor Droonie. Ik gaf nog wat laatste aanwijzingen met de hoop dat hij hem toch nog zou vinden. Het leek zoeken als een speld in een hooiberg. Totdat Joris het uitriep “JAAA, ik heb hem!!!” Met Droonie in zijn handen zwom hij terug naar de kant.

We keken allemaal verdrietig naar Droonie en verzorgde hem precies of hij was een levend wezentje. We droogde hem af en aaide over zijn hoofdje “Maar Droonie toch, je kan niet zwemmen.” zei ik tegen hem. Ok, het klinkt misschien wat belachelijk maar we hadden al een band met hem opgebouwd op de korte tijd dat hij bij ons was. We waren er allemaal van aangedaan. De sfeer had een melancholisch kantje gekregen.

We zette hem in de zon en praatte nog na over hoe dit toch kon gebeuren. Ik kreeg een ideetje “Misschien kan hij nog terug werken, als we hem met warme lucht laten drogen.” Maar een haardroger en elektriciteit hebben we natuurlijk niet, “een kampvuur? … Of ja in Fiona (onze camper) kunnen we hem voor de chauffage zetten, dat is een warme luchtblazer! Volgens mij is dat zijn enige kans!” zei ik enthousiast. Joris liep hierop terug naar Fiona met de hoop hem op deze manier te herstellen en ineens droge kleren en schoenen mee te nemen voor hem, aangezien we amper reservekledij bij hadden.

Die avond kwam hij terug naar onze kampplek toe gelopen “Nu is het wachten tot we terug zijn en hopelijk werkt hij dan weer” zei hij op een treurige toon, “Ik ben wel blij dat ik terug bij jullie ben i.p.v. alleen in Fiona”.

Ik merkte bij mezelf dat de 'crash van Droonie' nog maar een keer alles in balans trekt. Een balans die laat zien wat belangrijk is en wat niet, met daar ontelbare gradaties tussenin. Het gezeur van Juul die dag, lijkt ineens zo onbenullig en te stom om me druk over te maken. Alles is relatief als er weer eens even iets erger gebeurd. En Droonie is erg, maar zeker niet het allerergste. Dat we samen zijn … dat is het allerbelangrijkste. 's Avonds gaven we elkaar nog een warme knuffel, en sloot ik de dag af met “Droonie gaat wel terug werken, denk ik.”


Dag 2 – 7 km: Zo zot als een achterdeur.

De volgende dag kreeg ik het gevoel dat alles weer meer in balans was, desondanks dat het een 7 km lange wandeldag was met 300 hoogtemeters, wat voor een 4-jarige best wel veel is.

We sloten ons aan met ons kommetje havermout bij het kampvuur dat een ander gezinnetje had aangestoken. Het was een Fins gezinnetje, hun kinderen waren even oud als Janne en Juul. Het was leuk om even andere ouders te ontmoeten die ook graag dezelfde passie wilden delen met hun kinderen. Joris merkte bij hun 4-jarig zoontje een zakmes op rond zijn middel. “Oh, he wears a knive, can I see it?” De vader toont het zakmes en vertelt dat kinderen in Finland normaal een zilveren lepel krijgen bij hun doop, maar hun zoon had een zakmes met zijn naam in gekerfd gekregen. Hun 4-jarige en 6-jarige zoon begrepen al snel dat we het over hun zakmes hadden en toonden graag hun 'skills' aan ons. Ik verbaasde me erover hoe behendig ze ermee waren. Zo zie je maar dat alles relatief is en ik voelde me al minder een onverantwoorde ouder, maar eerder een ouder die zijn eigen angsten opzij leert zetten in het leerproces van zijn kind. Een pluim voor mezelf ;-).

Juul wandelde die dag al beter mee. Janne riep regelmatig 'mierenleiding' telkens ze een weg van mieren tegenkwam. We stonden verwonderd hoe die kleine miertjes zoveel kunnen veranderen in een bos. Ze liepen met honderden langs hun eigen gecreëerde weggetje. Ze hadden een duidelijke weg gecreëerd van wel 20 cm breed over tientallen meters lang, tussen het mos en de begroeiingen door. Met op het einde een mierenhoop die groter dan Janne was. Zo zie je maar, we denken vaak dat we niets kunnen betekenen omdat we klein zijn en niets te zeggen hebben, maar vele kleintjes samen kunnen iets groots maken. Er komen bij mij altijd filosofische gedachten boven gedurende de dag.

Na de middag werden onze kids 'zo zot als een achterdeur'. Gedurende 2 km renden Janne en Juul in hun fantasiespel over het paadje. Ze deden net of ze klimmers waren als het bergop was en namen de moeilijkste weg; ze wandelden over de struiken omdat het 'fun' was; ze sprongen van de rotsen, en liepen en vlogen in hun fantasie net zoals 'Catboy' en 'Owlette' van de Pyjamahelden. Ze hadden enorm veel plezier. Ik hoorde ze iets fluisteren tegen elkaar met “ … papa zijn poep”. De rest verstond ik niet. Ik keek hen amusant aan, benieuwd wat ze nu weer gingen 'bekokstoven', die twee kleine bengels. En ja … je kan het al raden, ze gingen vol enthousiasme in de poep van papa knijpen. En lachen dat ze deden … zoveel plezier, een zaligheid om hier getuige van te zijn. En wij konden echt goed doorwandelen en Joris zoals we hem kennen: een 'zotte papa' die ondertussen ook letterlijk 'gelijk ne zot' rondliep om die prachtige gezichtjes op beeld te krijgen.

De laatste 1,5km was Juul zijn 'pijp uit' en droeg Joris hem een paar keer voor enkele minuten.



We kwamen aan op een prachtige plek aan het meer met een kampvuurplek. We zwommen in het meertje, en maakten worstjes en marshmallows klaar boven ons kampvuur . Janne werd nog even hysterish nadat ze kaka deed op volgens haar een mierennest. 'Mierenland' in Estland had precies toch nog een trauma'tje achter gelaten bij haar. Als ik nadien er een grappig verhaaltje over maakte dat 'mier Joske' ineens een kaka op zijn hoofd kreeg en de andere mieren Joske kwamen helpen die onder haar kaka lag, dan kon ze er weer hartelijk om lachen.

Juul was echt heel moe en ging vroeg slapen in de tent. En Janne genoot ervan om even het enige kind te zijn en iets langer op te blijven. We maakten in het droge berkenhout ieder ons eigen kunstwerkje, Janne maakte kerstbomen en ik een houten lepeltje. Na enkele uren had ik mijn eerste houten lepel gemaakt uit Fins berkenhout, met enkel een zakmes en stenen die ik als schuurpapier gebruikte. Hoe cool klinkt dat!?! En op het einde zette ik er nog een brandmerk op van 4 puntjes (een ideetje van Joris). Ieder puntje stond voor iemand van ons gezinnetje. Wauw, ik was 'zo fier als een gieter' dat ik dit zelf gecreëerd had. Vanaf nu eet ik met dit houten lepeltje op trekking, dacht ik. En Joris … die genoot enorm van de zaaalige geur van berkenschors in het kampvuur … Die geur doet Joris terug denken aan de winter trekkings met pulka die we in het verleden maakten in Zweeds en Fins Lapland. Ook daar lag er bij elke onbemande hut een stapel berkenhout die je nog zelf moet verzagen en klieven.


We genoten van de prachtige plek, we zaten hier ook helemaal alleen en dat geeft toch nog een extra dimensie. We konden zelfs moeilijk gaan slapen omdat we zooo verwonderd waren van de schoonheid en de stilte van de natuur hier. Joris probeerde de sfeer van onze kampplek op beeld te krijgen, maar dat was niet gemakkelijk. Hij zei: “Ik wil de werkelijkheid op beeld krijgen, zodat als we thuis zijn, ik precies een doosje heb waaruit ik deze sfeer terug kan uithalen en opsnuiven, en dan weer wegstop in mijn zak... Dat ik er altijd aan kan, als ik het wil.”




Dag 3 – 4,4 km :

Het was hier zo'n mooie kampplek, dat we in de voormiddag nog wat langer bleven hangen. We maakten nog een kampvuurtje, plukten blauwe bessen voor in de havermout, namen foto's en filmpjes, en zaagden en kliefden hout voor wie na ons komt.

We vertrokken pas tegen 12u met wandelen. En na 500 meter begon Juul opnieuw te zeuren. “Ik ben mooooeee!” Het gezeur werd hoe langer hoe erger. En ik zag het eigenlijk niet zitten om nog 4 km te wandelen met een zeurend kind dat niet meer wou stappen. Dat vraagt zoveel meer energie dan gewoon nog 15km door te kunnen wandelen zonder kinderen. Maar tja … we zijn misschien ook wel een beetje 'crazy in the coconut' om met 2 kleuters een trekking te willen maken.

Er was nog één mogelijkheid om die laatste dag in te korten. Maar Joris zei “Ik zal mij wel ontfermen over Juul, als hij niet meer wil wandelen, dan draag ik hem wel.”

Er begonnen meer en meer muggen te komen en we liepen allemaal met ons muskietennet verder het bos in. De eerste keer dat ik mijn 'bugsuit' droeg, voelde ik me wel belachelijk en hoopte dat ik niemand tegen kwam. Maar alles went en ik was toch wel blij dat ik het bij had.

Joris probeerde Juul zoveel mogelijk te motiveren door hem mee te trekken in fantasiespel. Of ik sprak met Janne af om tot bij Juul te wandelen ,en dan te zeggen “Amai Juul, wij konden jou niet meer volgen, jij bent precies zo snel als Catboy.” Iedereen deed zijn best om Juul zoveel mogelijk te motiveren en soms lukte dit ook. En als dat niet meer werkte, dan lokte Joris hem met snoepjes of koekjes als beloning. En als dit ook niet meer werkte droeg Joris hem uiteindelijk een paar keer voor 2 minuutjes. De rest heeft hij allemaal zelf gewandeld, met de nodige aanmoediging.

Als we rond 15u aankwamen op onze eindbestemming, waren er super veel muggen, allemaal op zoek naar een lekker slachtoffertje. We zette supersnel onze tent op. En eens in de tent, vingen we eerst alle geniepige muggen die mee binnen gevlogen waren. Plots hoorden we een plop en zakte de tent een stukje in elkaar. “De piketten zijn gelost, ga jij ze terug vastzetten?” zei ik tegen Joris, want ik had geen zin om zelf terug naar buiten te gaan in die muggenplaag. Joris checkte de piketten buiten en toen hij niets verkeerd zag, had hij al een vermoeden en vroeg hij of de tentstok goed in de nok van de tent stak. “Oh neeeee! … dat heb je met zo snel de tent op te willen zetten, de stok steekt door het binnenzeil!” Dat heb je natuurlijk met die 'lightweight' tenten. Lap … we zijn precies 2 klungels; nieuwe drone in het water en een tentstok door het tentzeil van onze nieuwe tent … of is het Helvetinjarvi, 'Hells gate'? Gelukkig is het enkel door het binnenzeil, dat kunnen we nog wel repareren.

Joris liep via de gravelweg 9 km terug naar de parking waar Fiona stond. En ik wachtte ondertussen met de kids in de tent tot Joris ons oppikte.

Eens we terug op de kampplek met Fiona waren, dachten we opnieuw aan Droonie. Hij was eigenlijk een deel van onze familie geworden :-) , dat merkte ik bij mezelf en ook bij de kinderen. We zaten er allemaal mee in dat hij in het water gevallen was. En de hoop dat je in de kinderen hun ogen kon zien toen we zeiden “Weet je, … er is wel nog een hele, hele, heeeele kleine kans dat Droonie toch nog leeft.”

Die avond nam ik Droonie nog even onder mijn vleugels. Ik zette hem nog een uurtje extra voor onze verwarming die warme lucht blaast en ik deed – hoe Joris het zou zeggen nog wat 'heksentoeren' voor Droonie. Tja … ik liet mijn Healy (een toestelletje dat frequenties stuurt) zijn werk doen (grappig die zei dat hij last had van verkoudheid en stress:-D, dat kan wel kloppen). En afgelopen dagen visualiseerde ik regelmatig dat hij terug zou vliegen. En Joris stond er precies deze keer ook meer voor open, baat het niet dan schaadt het niet dacht hij waarschijnlijk. Als ik dit zo opschrijf, klinkt het allemaal wel een beetje gek. Gaat het helpen? Misschien … maar misschien ook niet. Tijdens onze fietstrekking had ik me ook ingebeeld dat ik het verloren onderdeel van Jannes fiets vond en zag ik Janne opnieuw blij aanhangen met de follow me. Ik was ervan overtuigd dat ik het ging terugvinden. Maar nee … ik vond enkel 1 onderdeeltje en ik was best wel teleurgesteld dat ik het niet gevonden had. “Pfff, dat werkt precies toch niet, zoals ze beweren, dat je aantrekt wat je verstuurt” dacht ik toen. Tot we een dag later op een camping kwamen. Wat is de kans dat je iemand tegenkomt die dat specifieke onderdeel in metaal 'krak' hetzelfde kan namaken? Ik denk dat die kans 'nihil' is en toch gebeurde dit een dag later. De buurman van onze campinguitbater maakte een nieuwe voorwiel as waar we de follow me aan vast konden hangen. Toen besefte ik nog niet hoe uitzonderlijk dit was. Pas een week later, sijpelde dit door voor mij, dat dit echt wel heeeeel toevallig was. Dus misschien is er toch iets van waar?

Na het drogen en de 'heksentoeren' vroegen we aan de kinderen “Zullen we testen of Droonie nog werkt?” “JAAA!” riepen de kinderen heel enthousiast. Iedereen zat rond Droonie en Joris probeerde hem op te starten. En ja … de lichtjes gingen al aan, wat een goed teken was. Ready to take-off … en Droonie vloog naar boven onder luid gejuich van ons allemaal. Joris probeerde de functies links, rechts, boven en onder … en hij deed alles. Wow!!! We waren super blij! Joris zette hem nog neer en deed nog de belofte tegen Droonie: ”Ik zal je altijd direct terug halen als je piept.”

We gingen het vieren met een zakje chips dat we nog hadden liggen aan de oever van een meertje.

Nadien probeerde Joris hem op te laden in Fiona, maar toen deed hij wel raar. Hij ging niet meer uit en zijn lichtjes bleven branden. Joris werd toch opnieuw wat bezorgd, misschien is er toch nog iets mis of misschien is het enkel de batterij. We hebben geen andere batterij bij dan diegene die in het water gelegen had. Dus we gaan in Zweden op zoek naar een nieuwe batterij voor Droonie, en hopelijk werkt hij dan weer tip top.




























9 opmerkingen:

  1. Reacties
    1. Ja watte, de avonturen van een fotograaf in Finland. Je krijgt al stress van het te lezen. Misschien toch een les trekken : ga niet tot de limiet. Respecteer voldoende veiligheidsmarge. Neem deze les mee als je ga kajakken in Zweden. Een wijze raad voor de toekomst.

      Verwijderen
  2. Wat een avontuur! Geniet er nog van x

    BeantwoordenVerwijderen
  3. Aiai, droonie toch... Je moest hem uit de bomen houden, maar dus ook uit het water he! Hopelijk werkt hij binnenkort terug! Mooi wandelavontuur en mooie foto's (alhoewel, misschien mogen we Joris niet meer te veel aanmoedigen 😉). Veel plezier nog in Zweden!!

    BeantwoordenVerwijderen
  4. Prachtig vakantieverhaal. Chapeau voor jullie .

    BeantwoordenVerwijderen
  5. Oei, ocharme den droonie, als ex ballon piloot ken ik de problemen van kerk torens, bossen , bomen en waterplassen, ik heb nog zo gezegd ''zijt voorzichtig, doe nooit wat ik niet zou doen, en vraag u steeds af is het wel verantwoord wat ik ga doen, ja of nee'' den droonie openen en laten drogen of op zijne kant leggen zodat het water er kan uitdruppelen en er bestaat veel kans dat hij terug graag en met plezier de lucht in gaat zodat hij zijne schrik te boven komt, altijd luisteren naar de Paps he Wendy, verder ziet het er een prachtig avontuur uit ook voor de ''kits'' grtjs den Nokia

    BeantwoordenVerwijderen
  6. Anne V
    Wat een mooi en ontroerend verhaal!
    Proficiat, ware helden! 👍

    BeantwoordenVerwijderen
  7. Geweldig verhaal. 1 september gaat de juf oren en tijd te kort hebben. Die 2 gaan deze vakantie blijven herinneren en blijven vertellen. Ik geef jullie als ouder een 10. Het verhaal is geschreven door de beste.

    BeantwoordenVerwijderen